Schoonheidsfoutjes bij het gewichtheffen

We spelen allemaal wel eens vals. Ook bij het trainen durven we soms een oefening te veranderen zodat hij ons beter uitkomt. Lees mee, ontdek of ook jij schuldig bent en leer hoe je die zondes kan vermijden.

Bewegend bekken en heupen

Bewegen je heupen en je bekken ook mee wanneer je je biceps traint? Dan gebruik je niet de spieren van je arm om het gewicht op te heffen, maar belast je je onderrug. Je kan dit vermijden door te gaan zitten en met je arm op je bovenbeen te steunen. Eventueel kan je ook met je rug tegen de muur leunen, zodat je steviger staat.

Geen volledige bewegingen

Deze fout zie je vooral bij bicepstraining. De bedoeling is dat je je arm volledig strekt en niet halverwege de beweging je arm al terug optrekt. Want op die manier train je niet je volledige armspier. Om te weten hoe ver je kan en mag gaan, laat je je armen eens los langs je lichaam hangen. Ga ook niet te ver, want dan overbelast je de spier en krijg je pijn. Let vooral op je ellebogen als je een gewicht opdrukt. Wanneer je te ver gaat, leg je extra druk op je schouders. Wil je je borst trainen, neem dan gewoon wat minder gewicht.

Vergeten te ademen

Als je met zware gewichten werkt, heb je soms de neiging om je adem in te houden wanneer je de halter opheft. Dat is eigenlijk zeer slecht: omdat je bloeddruk te hard schommelt, kan je zo zelfs flauwvallen. Ontwikkel een adempatroon waar je je echt aan probeert te houden tijdens de oefeningen. De beste manier is om uit te ademen bij het ontspannen en in te ademen bij het samentrekken van de spieren.

Verkeerd gebruik van de rug

Als je voorovergebogen hangt met een paar gewichten om beter je evenwicht te bewaren, span je automatisch spieren in je rug op. Dat kan soms zwaar zijn. Let er dus op dat je je rug ondersteunt wanneer dat mogelijk is en ga voor sommige bewegingen op je rug of buik liggen. Moet je toch rechtstaan voor andere oefeningen, buig dan lichtjes door je knieƫn.

Handen in je nek bij buikspieroefeningen

In plaats van je handen gevouwen achter je nek te houden bij buikspieroefeningen, kan je beter je armen kruislings voor je borst houden. Zo span je niet je nek op (wat je ook niet wil), maar wel je buikspieren en de spieren rond het staartbeen.

Geen opwarming

Trainen met koude spieren is sterk af te raden. Je spieren zijn dan nog niet klaar voor oefeningen met extra gewicht waardoor je de kans loopt gekwetst te geraken.

Te lichte of te zware gewichten

Gemiddeld moet je ongeveer een 12-tal keer een beweging kunnen uitvoeren. De laatste twee keer zouden zwaarder moeten zijn dan de eerste paar keren. Kan je zonder moe te worden 15 keer het gewicht opheffen? Dan is de halter te licht. Moet je daarentegen springen en swingen om je gewicht de lucht in te krijgen, dan moet je het gewicht verminderen.

Dit bericht is gepost op 1 april 2008 om 08:41 uur en is geplaatst in Krachttraining.

Laat een reactie achter
ID); ?>
Andere interessante artikels: Circuittraining: korte training met maximale resultaten
Krachttraining na een blessure